Programma


Plenaire lezingen donderdag 12 oktober

De samenwerking tussen kinderarts en kinderpsycholoog is het belangrijkste onderwerp van dit congres. Presentaties van de voor beide beroepsgroepen relevante onderwerpen zullen zoveel mogelijk door een kinderpsycholoog en kinderarts gezamenlijk worden gedaan. Op deze manier komen de nieuwste medische en psychologische inzichten, visies en behandelwijzen op een geïntegreerde wijze aan bod.

Tijdens dit congres zoeken we op verschillende manieren naar betekenisverlening aan gezondheidsklachten van kinderen. Trudy Dehue komt spreken over maatschappelijke betekenisverlening aan gezondheidsklachten, Esther van den Bergh over systeemproblematiek bij chronisch zieke kinderen, en Yvonne Roebroek over bariatrische chirurgie bij adolescenten met morbide obesitas. Er komen onderwerpen aan bod als transculturele communicatie over ziekte en dood, de impact van chronische ziekte op kind en gezin, en EMDR bij de allerkleinsten.


Trudy Dehue

Het verhaal achter de feiten


Foto van Don Wijns, Frisse Wind Amsterdam

Meten, tellen, rekenen en (hersen)scannen kunnen van groot belang zijn in de wetenschap. Maar ze zijn onvermijdelijk ingebed in ontwerpen, indelen, definiëren, beslissen en interpreteren. Zolang de verhalen achter de resulterende getallen verborgen blijven, bevragen we de wetenschap daar niet op. Dat is ook voor de medische zorg van groot belang. Als we blijven denken dat feiten rechtstreeks de natuur weerspiegelen, maken de beslissingen waarop die feiten berusten de realiteit van ziekte en gezondheid vóór ons maar zonder ons.

Trudy Dehue (1951) begon haar werkende bestaan met een hbo-opleiding in de kinderpsychiatrische kliniek van het Academisch Ziekenhuis Groningen. Ze studeerde daarna af in eerst de psychologie en vervolgens de filosofie. Sinds 1995 combineert ze als hoogleraar haar belangstelling voor de praktijk, het onderzoek, en de reflectie op de combinatie daarvan.


Paul Brand

Samen beslissen met kind en ouders: hoe pak je dat aan?

Het zal u niet ontgaan zijn: er wordt veel gepraat over gedeelde besluitvorming (shared decision making). Het ministerie van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is een campagne begonnen om patiënten meer te betrekken bij de besluitvorming in de spreekkamer, de Federatie voor Medisch Specialisten vindt de inbreng van patiënten belangrijk bij het beslissen over zinnige en zuinige zorg, en ook het Zorginstituut Nederland vindt samen beslissen belangrijk om tot optimale en betaalbare zorg te komen. Allemaal mooi en aardig, maar hoe doe je dat nu in de praktijk, samen beslissen?

Op grond van zijn ervaring in de begeleiding van kinderen met chronische ziekten en hun ouders, en de resultaten van onderzoek naar de therapietrouw van kinderen met astma, bespreekt Paul Brand niet alleen het nut en de principes van gedeelde besluitvorming, maar laat hij ook met praktijkvoorbeelden zien hoe je dit in de drukke praktijk van alle dag vorm kunt geven. Door de wensen en voorkeuren van de patiënt en de ouders centraal te stellen in het consult kun je als kinderarts of kinderpsycholoog de effectiviteit van je consulten vergroten. Dit principe toepassen is niet ingewikkeld, maar voor veel zorgverleners wel anders dan hoe we gewend zijn het te doen, en ook anders dan hoe we opgeleid zijn het te doen.

Paul Brand (1961) is kinderarts in Isala in Zwolle en hoogleraar klinisch Onderwijs aan het UMC Groningen. In 2016 verscheen zijn boek “Dansen met de dokter”, over samen beslissen in de spreekkamer.


Hilde Seys

Pijn als houvast.
Over gehechtheid en ouderschap bij kinderen met psychosomatische klachten.

Op een pediatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis zien we regelmatig kinderen met psychosomatische klachten.Tijdens deze lezing worden er enkele reflecties geformuleerd over psychosomatiek en gehechtheid en wat dit betekent voor het behandelingsaanbod in het ziekenhuis.

We stellen vast dat de totstandkoming van een werkrelatie in geval van psychosomatische klachten vaak uiterst moeizaam verloopt. Een aanname hierbij is dat een kind met een psychosomatische klacht in de onmogelijkheid verkeert om over emoties  te denken, te voelen en te praten en daardoor terugvalt op aandacht eisende lichaamstaal. Daarnaast zien we ook dat er in deze gezinnen vaak via en met het lichaam gecommuniceerd en gehandeld wordt. Aan normale “kinderkwaaltjes” wordt een alarmerende betekenis toegekend, gewone lichamelijke reacties krijgen een ernstige medische lading. Er is  een onvermogen tot mentaliseren bij alle betrokkenen. De lichamelijke pijnen, de medische onderzoeken, de consultaties bij de dokter, dit alles vormt een houvast tegen existentiële angsten. Veel gezinnen reageren daarom uiterst defensief op de verwijzing naar een kinderpsycholoog, ook na uiterst gespecialiseerd somatisch onderzoek.

Daarom vinden we het zinvol dat de begeleiding van het kind en zijn ouders, in een eerste fase, IN het ziekenhuis kan plaatsvinden. Het ziekenhuis is voor deze mensen immers een veilige, vertrouwde plek waarbinnen de emotionele malaise, weliswaar op een lichamelijke wijze, werd vertoond. De regulatie van ‘pijn’ en andere emoties is een ontwikkelingsproces en vindt plaats binnen de context van hechtingsrelaties. Het installeren van  een veilig werkkader waarbij de pediater het beeld somatisch blijft volgen en een kinderpsycholo(o)g(e) de andere perspectieven binnenbrengt biedt mogelijkheden. We tonen begrip voor de aarzelende en defensieve reacties van alle betrokkenen en nemen hier ruimschoots de tijd voor.  Dit werkt angstreducerend en is bevorderend  voor de reflectieve en mentaliserende vermogen van ouders en kind. Het nieuwe werkkader biedt nu houvast. Uiteraard  is een optimale afstemming tussen kinderpsycholoog en kinderarts van cruciaal belang om versnippering en fragmentatie van zorg (medical shopping) tegen te gaan. Wanneer dit alles lukt is er een basis gelegd voor verder therapeutisch werk met kind en/of ouders al dan niet in een poli –klinische context.

Hilde Seys is klinisch psycholoog en psycho-dynamisch kindertherapeut. Zij werkte jarenlang als kinderpsychologe in het Ziekenhuis Oost Limburg. Hilde Seys is nu werkzaam als netwerkmedewerker jonge kind voor Ligant (Limburg) en als medewerker verbonden aan PraxisP, het praktijkcentrum van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, KU Leuven. Verder is zij gastdocent en groepssupervisor binnen het postgraduaat psychodynamische kinderpsychotherapie KU Leuven en bestuurslid bij de VVPT.


Plenaire lezingen vrijdag 13 oktober

Yvonne Roebroek

Obesitas bij kinderen, maakt opereren gelukkig?

Het Maastricht UMC+ voert een wetenschappelijk onderzoek uit naar de effectiviteit van een maagband als aanvulling op de behandeling van extreem overgewicht bij kinderen. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 14, 15 en 16 jaar met een BMI boven de 40 en bij wie andere vormen van behandelen, allen omvat in de multidisciplinaire leefstijlinterventies, niet toereikend en effectief zijn gebleken. Om te voorkomen dat ernstige gezondheids- en psychische klachten zich verder ontwikkelen, wordt onderzocht of het plaatsen van een maagband een effectieve methode is.

Kinderen met extreem overgewicht worden vaak behandeld door een toegewijd team van o.a. kinderartsen, -diëtisten, -psychologen en sportdeskundigen. Deze multidisciplinaire aanpak zorgt in de meeste gevallen voor gewichtsverlies, echter niet alle kinderen slagen erin het gewicht te doen afnemen. Deze kinderen blijven extreem obees; dit gaat gepaard met verhoogde risico’s op onder andere hart- en vaatziekten, slaapafwijkingen, leververvetting en depressies. Vrijwel al deze kinderen voelen zich beperkt in het sociale functioneren, terwijl de puberteit juist een cruciale fase is gebleken voor het ontwikkelen van maatschappelijke en sociale vaardigheden die later in het leven essentieel blijken.

Opereren voor overgewicht is onder volwassen een gangbare behandeloptie, bij kinderen echter (nog?) niet. Belangrijk in de overweging om te opereren zijn de eerder doorlopen behandelvormen, de beslisvaardigheid van kind en ouders, het sociale vangnet en natuurlijk ook de wens van kind en ouders. Wegen de risico’s van de ingreep op tegen de risico’s van het overgewicht? Verbetert de status van lichaam en psyche daadwerkelijk na het krijgen van een maagband? Vragen waar we in de nabije toekomst een antwoord op hopen te vinden.

Yvonne Roebroek, PhD candidate  |  BASIC Trial, Department of General Surgery, Maastricht University Medical Center


Esther van den Bergh

Systeemproblematiek bij chronisch zieke kinderen

De chronische of levensbedreigende ziekte van een kind heeft impact op het gezinssysteem. In hoeverre dit een probleem wordt of als probleem wordt ervaren hangt van veel factoren af.  Daarnaast wordt een gezin met een chronisch ziek kind ongevraagd ook deel van een groter (gezondheids)systeem. De afstemming in en tussen die systemen kan heel goed gaan, maar ook veel stress veroorzaken.  De rol van professionals in reductie van stress in de medische situatie vraagt om inzicht in systemische processen en om competenties hoe deze met gevoel te kunnen hanteren.  Omgaan met grenzen, autonomie en professionele bemoeizucht is een dagelijks terugkerende uitdaging voor iedereen die deel uitmaakt van dat systeem. In deze keynote wordt ingegaan op de bijdrage die de psycholoog kan leveren aan een gezond systemisch klimaat, aan systemische communicatie en aan scholing voor teams mbt functioneren in systemen.

Esther van den Bergh is klinisch psycholoog/cognitief gedragstherapeut (supervisor) en sinds december 2015 werkzaam bij het Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie te Utrecht. Daarvoor was zij gedurende 23 jaar verbonden aan de afdeling Medische Psychologie van het RadboudUMC te Nijmegen. Als (hoofd)docent heeft zij 15 jaar lang onderwijs verzorgd voor de GZ-KJ opleiding (Academisch Centrum Sociale Wetenschappen van de Radboud Universiteit) waar zij verantwoordelijk was voor de cursus Somatische klachten bij kinderen en jeugdigen.


Monique L’Hoir

Happy snapping: het leven is leuker als je van elk moment geniet

Overmatig beeldschermgebruik hangt samen met legio klachten waarmee jongeren zich melden in de kindergeneeskundige praktijk. Toch vraagt de arts niet altijd, en zeker niet als eerste, naar schermgebruik als hij of zij een bleke, onderuit hangende, wat oogcontact vermijdende, en dus leuk joch, voor zich heeft zitten. Er is een fase dat – vooral jongens – gamen alsof hun leven ervan afhangt. Meisjes – vooral actief op sociale media – Snapchatten zo actief dat het lijkt of ze mee willen doen met Olympische spelen, onderdeel “Snapchat”. Het wordt ze niet gemakkelijk gemaakt: Snapchat lets you easily talk with friends, view Live Stories from around the world, and explore news in Discover. Life's more fun when you live in the moment! Snapchat: Happy Snapping!

Kinderen die veel gamen en chatten missen gemiddeld 2 uur slaap. Je hoeft geen aanleg te hebben voor een depressie; die komt vanzelf als je te weinig slaapt. Jaarlijks beroven 130 jongeren van 10-25 jaar zich van het leven. Al met al, er zitten nadelen aan overmatig beeldschermgebruik, maar beeldschermen leveren ook machtig mooie beelden en kennis.

Tijdens deze voordracht komen aan bod welke lichamelijke en psychische klachten samen (kunnen) hangen met veelvuldig gebruik van sociale media, welke kinderen kwetsbaarder zijn, hoe verslavend mediagebruik is en wat kinderartsen kunnen doen en wanneer de psycholoog of pedagoog in beeld komt. Wist u al dat uit een grote RCT in Nederland bij 0-3 jarige kinderen vooral het reduceren van mediagebruik effectief is ter preventie van overgewicht? Het moet niet gekker worden!

Monique L’Hoir is klinisch pedagoog (GZ-psycholoog en psychotherapeut: niet praktiserend) en heeft ca. 20 jaar in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (UMCU) te Utrecht gewerkt op de afdeling Medische Psychologie. Zij is gepromoveerd op onderzoek naar risico- en preventieve factoren van wiegendood. Zij heeft tien jaar gewerkt bij de Riagg in Noord-Limburg, 7 jaar bij TNO, afdeling Child Health en momenteel bij de Wageningen Universiteit en de GGD Noord- en Oost- Gelderland. Zij werkte mee aan verschillende richtlijnen, aan cluster gerandomiseerd onderzoek naar de preventie van overgewicht bij 0-3 jarigen, deed onderzoek naar slaap bij kinderen en is trainer bij een Gezonde Start, scholingsprogramma voor de Kinderopvang en bij de GIZ: Gezamenlijke Inschatting Zorgbehoeften en geeft les over “Vluchtelingkind in de klas”. Overmatig beeldschermgebruik heeft haar directe aandacht en ze heeft hierover samen met anderen een artikel in Medisch Contact geschreven. Met Dr. Bregje van Sleuwen heeft ze een boekje geschreven voor ouders over slaap: Het - alles wat je moet weten over - slaapboek.

Samen Nog Beter
    • Locatie

      Woudschoten Hotel & Conferentiecentrum
      Woudenbergseweg 54
      3707 HX Zeist

      Routebeschrijving

      Follow us

    • Onze nieuwsbrief

All for Joomla All for Webmasters